ECLI:NL:CRVB:2008:BF1927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering en vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 14 november 2004. De rechtbank oordeelde dat de medische grondslag voldoende was, maar dat slechts twee van de vier functies waarop de schatting was gebaseerd aan appellant waren voorgehouden. Hierdoor was de arbeidskundige grondslag onvoldoende en werd het besluit vernietigd met opdracht tot hernieuwd besluit.
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard en stelde dat alle functies wel aan appellant waren voorgehouden. De Raad oordeelde dat het UWV niet vrij stond om functies die door de rechtbank als niet voorgehouden waren toch te betrekken zonder zelfstandig hoger beroep. Hierdoor ontbraken voldoende functies voor een juiste schatting en kon het nieuwe besluit niet standhouden.
De Raad achtte het niet nodig de medische grondslag opnieuw te beoordelen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.