ECLI:NL:CRVB:2008:BF2239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen van rechtens onaantastbaar besluit Ziektewet
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op het besluit van 11 augustus 2004 waarbij zijn ziekengeld werd beëindigd per 12 augustus 2004. Het UWV wees dit verzoek bij besluit van 7 november 2005 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 1 juni 2006. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit bestreden besluit ongegrond, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen.
In hoger beroep stelde appellant dat nieuwe feiten en omstandigheden bestonden, waaronder een arbeidskundig advies en een ziekenhuisopname in oktober 2004 wegens acute pancreatitis. De Raad oordeelde echter dat deze feiten geen nieuw licht werpen op de situatie ten tijde van de hersteldverklaring per 12 augustus 2004 en dat het arbeidskundig advies niet relevant was vanwege het andere toetsingskader en de latere datum.
Ook het bezwaar dat verzekeringsarts Lezaire ten onrechte bij de beoordeling was betrokken, werd verworpen omdat in de bezwaarprocedure een andere verzekeringsarts was betrokken. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en wijst het hoger beroep af wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.