ECLI:NL:CRVB:2008:BF2253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige motivering
Appellante, een verkoopster met nek-, rug- en longklachten, kreeg in 1996 een WAO-uitkering toegekend. In 2005 werd haar uitkering ingetrokken op basis van een medische en arbeidskundige beoordeling door het UWV, die stelde dat zij in staat was gangbare arbeid te verrichten met minder dan 15% verdiencapaciteitsverlies.
Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking en bracht medische informatie in van haar behandelaars. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege een onvoldoende gedetailleerde arbeidskundige motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, met name dat de geduide functies te belastend waren.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank over de medische grondslag en de arbeidskundige beoordeling. De Raad stelde vast dat de medische informatie onvoldoende basis bood voor zwaardere beperkingen en dat de arbeidskundige rapporten de belastbaarheid en geschiktheid van de functies voldoende toelichtten. De Raad bevestigde daarom de vernietiging van het besluit wegens gebrekkige motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen ervan en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de vernietiging van het besluit wegens gebrekkige motivering, maar handhaaft de rechtsgevolgen van de intrekking van de WAO-uitkering.