ECLI:NL:CRVB:2008:BF2264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens arbeidsgeschiktheid na ongeval
Appellant werd na een verkeersongeval in 2001 arbeidsongeschikt, maar kreeg vanaf mei 2002 geen WAO-uitkering meer omdat hij niet arbeidsongeschikt werd geacht. Na een periode van werkloosheid werkte hij vanaf maart 2005 als orderpicker, waarna hij zich in mei 2005 ziek meldde na een val.
Het UWV beëindigde per 6 maart 2006 het recht op ziekengeld omdat appellant niet langer ongeschikt was voor arbeid. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank, die oordeelde dat de medische adviezen zorgvuldig waren en appellant arbeidsgeschikt was.
In hoger beroep onderschrijft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad acht de medische rapporten voldoende en wijst de stelling van een mislukte zelfmoordpoging en ernstige psychische klachten af wegens gebrek aan onderbouwing. Ook is geen aanleiding voor nader medisch onderzoek. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld blijft beëindigd wegens arbeidsgeschiktheid.