ECLI:NL:CRVB:2008:BF2427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering met medische onderbouwing en vertrouwensbeginsel beoordeeld
Appellant ontving een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid, die het Uwv herzag naar 45-55% na medisch en arbeidskundig onderzoek. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat zijn medische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat hij niet geschikt was voor de voorgehouden functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functies passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en voerde hij aan dat de bezwaarverzekeringsarts niet had mogen rapporteren zonder aanvullende huisartsinformatie. Ook beriep hij zich op het vertrouwensbeginsel vanwege een eerdere brief van het Uwv waarin werd gesteld dat hij niet zou worden herkeurd. De Raad stelde vast dat de medische grondslag deugdelijk was en dat de bezwaarverzekeringsarts de huisartsinformatie slechts zorgvuldigheidshalve had opgevraagd. De geschiktheid van de functies was voldoende onderbouwd, maar de Raad vond dat de vereiste toelichting en onderbouwing pas in hoger beroep waren gegeven.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het Uwv het recht behoudt tot herbeoordeling, mits volgens het oude Schattingsbesluit. De Raad wees een verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Hoogenboom en leden Bolt en Jansen op 24 september 2008.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.