ECLI:NL:CRVB:2008:BF2443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens alcoholafhankelijkheid en medische beperkingen
Appellant, voormalig schilder, viel in 1996 uit met oogklachten en ontving een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2005 werd zijn arbeidsongeschiktheid aangepast. Het UWV herzag de uitkering in 2006, waarna appellant bezwaar maakte tegen de mate van arbeidsongeschiktheid en de weigering van ziekengeld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de arbeidskundige en medische rapportages, hoewel pas in hoger beroep nader toegelicht, toereikend waren om te concluderen dat appellant geschikt was voor bepaalde functies. Hierdoor werd het besluit tot herziening van de WAO-uitkering vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. De Raad bevestigde tevens het besluit van het UWV om het ziekengeld vanaf 10 november 2006 te weigeren, omdat appellant volgens medisch onderzoek in staat was arbeid te verrichten.
De Raad wees het beroep tegen deze weigering af en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De medische klachten, waaronder alcoholafhankelijkheid en vermeende prostaatkanker, werden door de Raad niet als voldoende onderbouwd beschouwd om het oordeel te wijzigen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 24 september 2008.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd met in stand blijvende rechtsgevolgen, het besluit tot weigering van ziekengeld wordt bevestigd, en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.