ECLI:NL:CRVB:2008:BF2676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, per 1 april 2006 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante stelde dat haar medische beperkingen door het UWV waren onderschat en verwees naar een brief van haar reumatoloog. Zij verzocht om inschakeling van een onafhankelijk medisch deskundige. De Raad oordeelde echter dat het besluit van het UWV steunde op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag, waarbij de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en een revalidatiearts geen aanleiding gaven tot het aannemen van meer beperkingen.
De Raad benadrukte dat de subjectieve klachten van appellante zonder medische onderbouwing geen doorslaggevende betekenis hebben. Er was geen reden om een aanvullend medisch onderzoek te gelasten. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.