ECLI:NL:CRVB:2008:BF3223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onjuiste vaststelling beperkingen
Appellante, een voormalig productiemedewerkster, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het UWV werd haar uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Appellante betwistte dit en voerde aan dat zij meer beperkingen had, onderbouwd met medische verklaringen en psychische klachten.
Na diverse onderzoeken door verzekeringsartsen, een psycholoog en een psychiater, en meerdere rapportages, bleef het UWV bij haar standpunt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bracht appellante aanvullende medische verklaringen in, waarna de Raad een onafhankelijke deskundige, een zenuwarts/psychiater, inschakelde.
Deze deskundige concludeerde dat appellante op de datum in geding een depressieve stoornis had en meer beperkingen dan het UWV aannam. De Raad volgde dit oordeel en vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.