ECLI:NL:CRVB:2008:BF3225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening toeslagbesluit en boeteoplegging wegens schending mededelingsplicht
Appellante ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW), die door het UWV werd ingetrokken vanwege het vermeende voeren van een gezamenlijke huishouding. Het UWV vorderde onverschuldigde toeslagen terug en legde een boete op wegens schending van de mededelingsplicht. Appellante verzocht om herziening van het besluit en betoogde dat er nieuwe feiten waren, waaronder gegevens over het verblijfadres van haar vermeende partner.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat geen nieuwe feiten waren aangetoond en de boete niet disproportioneel was onderbouwd. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan in redelijkheid kon weigeren terug te komen op het besluit, aangezien de vermeende nieuwe feiten reeds in bezwaar waren meegewogen.
Verder oordeelde de Raad dat de boeteoplegging in overeenstemming was met de wettelijke bepalingen en het beleid van het UWV, waarbij ook de persoonlijke omstandigheden van appellante en eerdere overtredingen in aanmerking waren genomen. De financiële situatie van appellante bood geen grond om van het boetebeleid af te wijken. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om niet terug te komen op het toeslagbesluit en verklaart de opgelegde boete rechtsgeldig.