ECLI:NL:CRVB:2008:BF4779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen waarin het beroep tegen een terugvorderingsbesluit van het College van burgemeester en wethouders van Doetinchem werd gegrond verklaard wegens een onjuiste wettelijke grondslag en gebrek aan motivering, maar waarbij de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven.
Het College had de bijstand aan [v. L.] ingetrokken en de kosten van die bijstand mede van appellant teruggevorderd omdat zij samen een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. De Raad toetste of appellant inderdaad een gezamenlijke huishouding voerde met [v. L.] in de periode 1 november 2003 tot 1 maart 2005, zoals bedoeld in de WWB en Abw.
De Raad concludeerde dat uit verklaringen van appellant en [v. L.] en observaties van de sociale recherche blijkt dat zij samenwoonden, zorg voor elkaar droegen en gezamenlijke kosten deelden. De Raad verwierp het verweer dat verklaringen onder druk waren afgelegd. Het College handelde volgens beleidsregels en er waren geen bijzondere omstandigheden om daarvan af te wijken. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstandskosten wordt bevestigd.