ECLI:NL:CRVB:2008:BF4826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds 1995. Na een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar haar woonsituatie, waarbij werd vastgesteld dat zij sinds november 2003 een gezamenlijke huishouding voerde met [betrokkene] op haar adres.
Het College van B&W trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug, omdat appellante niet had gemeld dat zij samenwoonde. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onjuiste grondslag en motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellante en [betrokkene] voldeden aan de criteria van gezamenlijk hoofdverblijf en wederzijdse zorg. De intrekking en terugvordering waren daarom terecht, mede gelet op de inlichtingenplicht. Er waren geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.