ECLI:NL:CRVB:2008:BF5063

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-7389 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.M.A. van der Kolk-Severijns
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:2 AwbArt. 4:5 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging buiten behandelingstelling aanvraag bijstand wegens onvolledige gegevensverstrekking

Appellante diende op 7 juli 2005 een aanvraag om bijstand in en vermeldde daarbij slechts één bankrekening. Het College ontdekte via bankafschriften dat zij nog een andere rekening had en verzocht haar om alle afschriften van al haar rekeningen over een bepaalde periode te overleggen. Appellante voldeed niet aan dit verzoek en leverde niet alle gevraagde gegevens aan.

Het College stelde daarop de aanvraag buiten behandeling en verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep heeft appellante betoogd dat zij niet begreep welke rekeningen zij moest overleggen, maar de Raad oordeelde dat het College bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat essentiële gegevens ontbraken.

De Raad benadrukte dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag niet behandeld kan worden als onvoldoende gegevens zijn verstrekt en de aanvrager niet binnen de gestelde termijn heeft aangevuld. Omdat appellante niet alle relevante bankafschriften had verstrekt en ook niet tijdig duidelijk maakte welke gegevens zij niet begreep, was het besluit van het College rechtmatig. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het College terecht de aanvraag om bijstand buiten behandeling heeft gesteld wegens het niet verstrekken van alle gevraagde bankafschriften.

Uitspraak

06/7389 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2006, 05/5475 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
Datum uitspraak: 30 september 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.L.J. Schilt-Thissen, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2008. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Schilt-Thissen. Het College heeft zich, zoals aangekondigd, niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Op 7 juli 2005 heeft appellante een aanvraag om bijstand ingediend. Op het in verband met deze aanvraag ingevulde inlichtingenformulier heeft zij vermeld één bankrekening te hebben, en wel een rekening bij de Rabobank met het nummer [nummer]. Nadat uit de van die rekening overgelegde afschriften was gebleken dat appellante nog een andere rekening heeft, heeft het College appellante bij brief van 1 augustus 2005 verzocht onder andere alle opeenvolgende afschriften van bank/postrekeningen over de periode van 1 april 2005 tot 7 juli 2005, met uitzondering van rekeningnummer [nummer], vóór 15 augustus 2005 in te leveren. Daarbij is aan appellante meegedeeld dat kan worden besloten de aanvraag niet verder te behandelen indien de gevraagde gegevens niet voor de gestelde datum zijn ingeleverd.
1.2. Bij besluit van 15 augustus 2005 heeft het College appellante meegedeeld dat de aanvraag van 7 juli 2005 niet in behandeling wordt genomen, omdat appellante niet heeft voldaan aan het verzoek om vóór 15 augustus 2005 alle gevraagde gegevens, met name de afschriften van alle rekeningen, te verstrekken.
2. Bij besluit van 17 november 2005 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 7 juli 2005 ongegrond verklaard.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 17 november 2005 ongegrond verklaard.
4. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
5.1. Ingevolge artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan besluiten een aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen de door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag aan te vullen. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling is van een onvolledige of ongenoegzame aanvraag onder meer sprake indien onvoldoende gegevens of bescheiden zijn verstrekt om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Daarbij gaat het, gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb, om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
5.2. De Raad stelt vast dat appellante niet vóór 15 augustus 2005 afschriften van al haar rekeningen heeft overgelegd, in het bijzonder heeft zij geen afschriften overgelegd van de Internetbonusspaarrekening met het nummer [nummer spaarrekening] Nu deze gegevens over deze rekening van belang zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand en appellante ook niet binnen de geboden termijn heeft kenbaar gemaakt niet te begrijpen van welke rekening zij afschriften moest overleggen, omdat zij meende met het overleggen van de afschriften van rekening [nummer] alle afschriften reeds te hebben overgelegd, was het College bevoegd om de aanvraag buiten behandeling te laten.
5.3. Mede in aanmerking genomen dat appellante op het aanvraagformulier de onderwerpelijke rekening niet heeft gemeld, zodat het College kon menen dat appellante nog meer rekeningen had, kan naar het oordeel van de Raad niet worden gezegd dat het College niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot buiten behandelingstelling van de aanvraag gebruik heeft kunnen maken.
5.4. Het voorgaande brengt mee dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.M.A. van der Kolk-Severijns. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 september 2008.
(get.) J.M.A. van der Kolk-Severijns.
(get.) W. Altenaar.
IJ