ECLI:NL:CRVB:2008:BF5110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand na 18e verjaardag jongste kind wegens onvoldoende bijstandsbehoefte
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande ouder. Toen zijn jongste kind op 30 juli 2005 18 jaar werd, blokkeerde het College de bijstandsbetaling met ingang van 1 augustus 2005. Na ontvangst van gevraagde gegevens trok het College bij besluit van 12 oktober 2005 de bijstand met ingang van 1 augustus 2005 in, omdat de hoogte van de WAO-uitkering en fiscale heffingskorting de toepasselijke bijstandsnorm overschreed.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 15 mei 2006 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet tijdig was geïnformeerd over de intrekking en dat er onvoldoende onderzoek was verricht. Tevens stelde hij dat hem ambtshalve een overbruggingsuitkering had moeten worden verstrekt.
De Raad oordeelde dat appellant vanaf 1 augustus 2005 niet meer in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeerde en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken. Er waren geen zeer dringende redenen om bijstand te verlenen, noch bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet meer in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeert.