ECLI:NL:CRVB:2008:BF5129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidskundige grondslag
Betrokkene, geboren in 1968, viel in mei 2003 uit wegens lichamelijke klachten en kreeg vanaf september 2004 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Na bezwaar handhaafde het UWV dit besluit, maar de rechtbank vernietigde het vanwege onvoldoende motivering van de arbeidskundige onderbouwing.
In hoger beroep stelde het UWV dat de functies waarop de schatting was gebaseerd passend waren en nam een nieuw besluit waarin het arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld op 45 tot 55%. De Raad stelde vast dat het eerdere besluit niet gehandhaafd kon blijven en bevestigde de vernietiging van het bestreden besluit.
Betrokkene voerde aan dat haar opleidingsniveau ten onrechte op niveau 2 was gesteld, wat gevolgen had voor de geschiktheid van de functies. De Raad volgde het UWV dat op basis van beschikbare gegevens niveau 2 aannemelijk was en dat de functies passend waren. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. De uitspraak bevestigt het belang van een deugdelijke motivering van arbeidskundige schattingen bij WAO-besluiten.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit van 13 februari 2007 wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het bestreden besluit bevestigd.