ECLI:NL:CRVB:2008:BF5534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding niet-beroepsmatige rechtsbijstandskosten in WAO-procedure
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV inzake de ingangsdatum van een WAO-uitkering en de vergoeding van gemaakte kosten. De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd wegens onvoldoende onderzoek, waarna het UWV de ingangsdatum vervroegde naar 29 december 1995, waarmee appellant werd tegemoetgekomen.
Appellant vorderde vergoeding van immateriële schade en diverse kosten, waaronder rechtsbijstandkosten van een arts, juridische adviezen en reumatologische expertise. Het UWV vergoedde de immateriële schade en rente, en stemde in met vergoeding van de reumatologische expertise.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat alleen kosten die onder het Besluit proceskosten bestuursrecht vallen voor vergoeding in aanmerking komen. De kosten van de arts als niet-beroepsmatige rechtsbijstand en van juridische adviezen die geen proceshandeling vormen, konden niet worden vergoed. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees de overige kostenvergoedingen af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van vergoeding van niet-beroepsmatige rechtsbijstandskosten in de WAO-procedure.