ECLI:NL:CRVB:2008:BF6881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAJONG-uitkering na toetsing medische beperkingen en passende functies
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot intrekking van de WAJONG-uitkering van betrokkene vernietigde wegens onvoldoende arbeidskundige motivering.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat appellant zijn grieven tegen de rechtbankuitspraak niet langer handhaaft en dat in de rapporten van arbeidsdeskundigen voldoende is toegelicht dat de geselecteerde functies passen bij de beperkingen van betrokkene, zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Betrokkene voerde aan dat de functies niet overeenkomen met haar beperkingen op het gebied van vervoer, sociaal functioneren en hand- en vingergebruik. De Raad oordeelt dat deze bezwaren onvoldoende zijn onderbouwd en dat passende voorzieningen, zoals vervoersvoorzieningen en aanpassingen bij toetsenbordgebruik, de belastbaarheid niet overschrijden.
Een functie (telefoniste taxicentrale) is vanwege onduidelijkheid over werktijden buiten beschouwing gelaten, maar dit leidt niet tot een lagere mate van arbeidsongeschiktheid dan 25%. De Raad bevestigt daarom de intrekking van de WAJONG-uitkering en laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De intrekking van de WAJONG-uitkering per 15 januari 2004 wordt bevestigd en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.