ECLI:NL:CRVB:2008:BF7082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beëindiging nabestaandenuitkering bij duurzaam gescheiden geregistreerd partnerschap
Appellant ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Hij was een geregistreerd partnerschap aangegaan dat op papier gelijkgesteld wordt met een huwelijk. De Sociale verzekeringsbank (Svb) beëindigde de uitkering omdat appellant niet meer voldeed aan de voorwaarden vanwege het geregistreerd partnerschap.
Na bezwaar werd het besluit van beëindiging ingetrokken omdat appellant en zijn partner duurzaam gescheiden leefden, waardoor hij niet als gehuwd werd aangemerkt voor de ANW. Echter trok de Svb dit besluit later weer in en stelde een stapsgewijze afbouw van de uitkering vast, met volledige beëindiging per 31 mei 2005.
Appellant voerde aan dat het partnerschap alleen om erfrechtelijke redenen was aangegaan en dat hij geen gezamenlijke huishouding voerde. Hij vroeg om een uitzondering op de wettelijke regeling. De Raad oordeelde dat de ANW het geregistreerd partnerschap gelijkstelt aan een huwelijk en dat duurzaam gescheiden leven geen uitzondering vormt binnen de ANW, anders dan bij de AOW en WWB.
De Raad stelde vast dat de Svb het vertrouwensbeginsel voldoende eer aan deed door de stapsgewijze afbouw van de uitkering. De eerdere foutieve toekenning werd binnen korte tijd hersteld zonder uitbetaling na juni 2004. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De nabestaandenuitkering wordt beëindigd omdat appellant duurzaam gescheiden leeft binnen een geregistreerd partnerschap, met eerbiediging van het vertrouwensbeginsel via stapsgewijze afbouw.