ECLI:NL:CRVB:2008:BF7404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onjuiste vaststelling voorschotnota’s WAO-premies
Appellante heeft premies voor de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) betaald op basis van door het UWV vastgestelde voorschotnota’s over de jaren 1998, 1999 en 2000. Later bleek dat bij deze nota’s geen rekening was gehouden met een premiekorting waarop appellante recht had volgens artikel 77b (oud) van de WAO. Na het indienen van aanvragen voor premiekorting heeft het UWV de te veel betaalde premies gerestitueerd.
Appellante verzocht vervolgens om schadevergoeding wegens de onjuiste vaststelling van de voorschotnota’s. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen en die afwijzing werd bevestigd in het bestreden besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep overweegt de Raad dat het UWV terecht heeft geweigerd schadevergoeding toe te kennen, omdat appellante geen rechtsmiddelen heeft aangewend tegen de voorschotnota’s zelf, waardoor deze besluiten als rechtmatig worden beschouwd. Het feit dat de premiebedragen bij de eindafrekening lager waren, betekent niet dat het UWV de onrechtmatigheid erkent. De voorschotnota’s zijn immers voorlopige schattingen. Het UWV handhaafde het standpunt dat het aan appellante was om premiekorting aan te vragen en dat het recht op premiekorting pas na afloop van het premiejaar kan worden vastgesteld. Dit standpunt is in lijn met eerdere rechtspraak.
De Raad bevestigt daarom de afwijzing van het schadevergoedingsverzoek en de aangevallen uitspraak. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onjuiste vaststelling van voorschotnota’s WAO-premies wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.