ECLI:NL:CRVB:2008:BF7416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening vaststelling gedifferentieerd premiepercentage WAO
Appellante verzocht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om herziening van het besluit waarbij het gedifferentieerde premiepercentage voor de WAO-premie 2005 was vastgesteld en later verhoogd. Het Uwv wees dit verzoek af omdat appellante geen rechtsmiddel had ingesteld tegen het oorspronkelijke besluit en geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een herziening rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het Uwv terecht het verzoek om herziening afwees op grond van artikel 4:6 Awb Pro, dat vereist dat bij een verzoek tot terugkomen op een ambtshalve genomen besluit nieuwe feiten of veranderde omstandigheden moeten worden aangevoerd.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin soortgelijke verzoeken werden afgewezen. Appellante kon niet op gelijke wijze worden behandeld als werkgevers die wel bezwaar hadden gemaakt tegen het besluit. De Raad concludeerde dat het Uwv niet onredelijk heeft gehandeld en bevestigde de aangevallen uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om herziening van het gedifferentieerde premiepercentage WAO wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.