ECLI:NL:CRVB:2008:BF7436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking terugwerkende kracht herziening ANW-uitkering wegens kennelijke onredelijkheid
Appellant had een ANW-uitkering aangevraagd na het overlijden van zijn echtgenote. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had bij de toekenning van de uitkering het inkomen van appellant als buschauffeur niet meegenomen, waardoor hij te veel uitkering ontving.
De Svb herzag de uitkering met terugwerkende kracht over de periode juli 2001 tot en met juli 2003 en vorderde een bedrag terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit werd door de rechtbank ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde de Svb een nieuw besluit op waarin de terugwerkende kracht werd beperkt tot de helft, omdat volledige terugwerkende kracht kennelijk onredelijk zou zijn.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had kunnen onderkennen dat hij te veel uitkering ontving, mede omdat hij zijn verplichtingen was nagekomen en de fout aan de Svb te wijten was. De Raad vernietigde het eerdere besluit en verklaarde het nieuwe besluit tot beperking van de terugwerkende kracht gegrond. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: De terugwerkende kracht van de herziening van de ANW-uitkering wordt beperkt tot de helft van de periode wegens kennelijke onredelijkheid.