ECLI:NL:CRVB:2008:BF7602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging kinderbijslag wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Appellant, met de Kaapverdische nationaliteit, woont sinds 1995 in Nederland en heeft meerdere verzoeken om een verblijfsvergunning ingediend, waaronder een aanvraag in 2000 die in 2003 werd afgewezen. Dit besluit is onherroepelijk en appellant is sindsdien als ongewenst vreemdeling aangemerkt.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft in 2006 besloten de kinderbijslag te beëindigen omdat appellant niet langer verzekerd is onder de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), vanwege het ontbreken van een rechtmatige verblijfsstatus. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij in hoger beroep ging.
In hoger beroep stelde appellant dat hij al meer dan twintig jaar in Nederland woont, drie kinderen hier heeft en een WAO-uitkering ontvangt, waardoor hij als ingezetene verzekerd zou moeten zijn. De Raad oordeelde echter dat zonder geldige verblijfsvergunning geen recht op kinderbijslag bestaat, ook niet op grond van ingezetenschap, en bevestigde het besluit van de Svb. De proceskosten werden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van kinderbijslag bevestigd.