ECLI:NL:CRVB:2008:BF8066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens onvoldoende medisch objectiveerbare klachten
Appellante heeft een WAJONG-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd op grond van onvoldoende medisch objectiveerbare klachten. De primaire verzekeringsarts stelde een somatoforme stoornis vast en concludeerde dat appellante beperkt is voor zwaar lichamelijk werk, maar wel in staat tot lichte arbeid. Een bezwaarverzekeringsarts bevestigde deze beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat niet was voldaan aan de eis van een objectief medisch vast te stellen ziektebeeld dat arbeidsongeschiktheid veroorzaakt. De rechtbank nam daarbij ook de medische rapportages en beperkingen mee, maar vond geen overtuiging bij verschillende medici dat appellante niet tot werken in staat is.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank een revalidatiearts onjuist had geïnterpreteerd en wees op een mogelijke ziekte van Lyme. De Raad overwoog dat op de beoordelingsdatum geen sprake was van Lyme en dat de revalidatiearts appellante niet had onderzocht. De Raad vond dat de rechtbank voldoende rekening had gehouden met de medische informatie en bevestigde het oordeel dat er geen medisch objectiveerbare oorzaak was voor de klachten.
De Raad concludeerde dat appellante, uitgaande van de functionele mogelijkhedenlijst en een arbeidskundig rapport, geschikt is voor lichte arbeid en bevestigde daarom de geweigerde uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering wegens onvoldoende medisch objectiveerbare klachten.