ECLI:NL:CRVB:2008:BF8880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WGA-uitkering en beperkingen kleurenblindheid en handgebruik
Appellant ontving een WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het UWV had een besluit genomen waarbij appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant betwistte dit en voerde aan dat zijn kleurenblindheid en het ontbreken van een kootje aan zijn pink onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd wegens onvoldoende motivering, met name over de beperking door het ontbreken van een pinkkootje en de kleurenblindheid. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit waarbij de kleurenblindheid als beperking werd erkend, maar geen beperking werd aangenomen voor hand- en vingergebruik. De bezwaarverzekeringsarts motiveerde dat het ontbreken van het kootje geen beperkingen in het dagelijks leven oplevert.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV het eerdere vonnis correct heeft uitgevoerd. De Raad vindt de motivering omtrent het ontbreken van een beperking voor hand- en vingergebruik voldoende en bevestigt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De Raad stelt dat de functie van telefonist/receptionist is komen te vervallen, waardoor hierover geen oordeel meer nodig is. Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 12 juli 2007 wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit van 12 juli 2007 wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.