ECLI:NL:CRVB:2008:BF9075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering met ingang van 16 mei 2005 in te trekken, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de medische en arbeidskundige gegevens, waaronder een FML en een arbeidskundig rapport, voldoende steun bieden aan het oordeel van het UWV dat appellant op de datum van intrekking in staat was om de voorgestelde functies te vervullen. De door appellant overgelegde aanvullende medische informatie biedt onvoldoende aanleiding om het oordeel te herzien of tot nader onderzoek over te gaan.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd. De Raad ziet geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.