ECLI:NL:CRVB:2008:BG0416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV en werd door de rechtbank Arnhem niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. De rechtbank had appellante meerdere malen schriftelijk verzocht het griffierecht binnen een gestelde termijn te voldoen, maar dit gebeurde pas na afloop van die termijn.
Appellante voerde aan dat zij vanwege haar verblijf op een onderduikadres en de postbezorging via een opvangorganisatie niet tijdig van de aanmaningen op de hoogte was gesteld. Zij stelde dat het afhaalbericht van de aangetekende brief niet was ontvangen en dat het vrijwel onmogelijk was om het griffierecht binnen de korte termijn te voldoen.
De Centrale Raad van Beroep erkende de moeilijke persoonlijke situatie van appellante, maar oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De Raad achtte aannemelijk dat het afhaalbericht wel degelijk bij de opvangorganisatie was aangeboden en benadrukte dat appellante het risico droeg voor tijdige betaling van het griffierecht. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.