ECLI:NL:CRVB:2008:BG0529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 25-35%. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de beperkingen van appellante correct waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
In hoger beroep bracht appellante geen wezenlijk nieuwe argumenten naar voren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat zowel de medische als arbeidskundige componenten van de beoordeling zorgvuldig waren uitgevoerd. Er was geen reden om de medische schatting onjuist te achten, ondanks het tijdsverloop tussen onderzoek en herziening.
Verder werd overwogen dat appellante in staat was om de relevante functies te vervullen. Een later besluit van het UWV tot toekenning van een volledige WAO-uitkering betrof een ander beoordelingsmoment en was niet relevant voor de huidige zaak.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.