ECLI:NL:CRVB:2008:BG0956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat zij meende dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen, met name haar nek-, schouder- en fibromyalgieklachten.
De rechtbank had het besluit van het UWV bevestigd op basis van medische rapportages en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 20 juli 2005, waarin de belastbaarheid van appellante was vastgesteld. In hoger beroep herhaalde appellante haar klachten en voerde zij aan dat ook baarmoederhalskanker een rol speelde.
De Raad overwoog dat de aangevoerde medische informatie reeds in de bezwaarprocedure was beoordeeld en dat er geen aanwijzingen waren dat appellante op de datum van het bestreden besluit niet in staat was de aan de grondslag gelegde functies te vervullen. Het standpunt van het UWV dat appellante geschikt was voor maatmanarbeid werd niet gevolgd omdat dit niet in het primaire besluit was opgenomen.
Gelet op het voorgaande faalt het hoger beroep en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.