ECLI:NL:CRVB:2008:BG1078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim bij GVB
Appellante, werkzaam als personenvervoerder bij het GVB, kreeg op 15 oktober 2004 een voorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim. Op een later moment reed zij zonder overleg met haar leidinggevende achteruit met de tram, waarbij de tram verspoorde en vertraging en financiële schade ontstonden. Het college besloot daarop het voorwaardelijk strafontslag met onmiddellijke ingang ten uitvoer te leggen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij onbewust handelde door een psychische roes veroorzaakt door privéproblemen, en dat het plichtsverzuim haar niet kon worden toegerekend. De Raad stelde vast dat het eerdere besluit tot voorwaardelijk strafontslag onherroepelijk was en dat de toetsing zich beperkte tot de rechtmatigheid van de tenuitvoerlegging.
De Raad oordeelde dat het achteruitrijden zonder overleg een ernstig plichtsverzuim vormt dat de tenuitvoerlegging rechtvaardigt. Het beroep op psychische overmacht werd verworpen omdat appellante dit niet met medische bewijsstukken onderbouwde en zij haar leidinggevende niet had geïnformeerd over haar problemen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het voorwaardelijk strafontslag wordt bevestigd en ten uitvoer gelegd.