ECLI:NL:CRVB:2008:BG1091

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-212 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij WAO-uitkeringsbesluit

Appellante maakte bezwaar tegen een herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid was verlaagd van 80% of meer naar 35-45%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens een motiveringsgebrek, maar handhaafde de rechtsgevolgen en beval vergoeding van het griffierecht.

Het UWV nam vervolgens een nieuwe beslissing op bezwaar waarin appellante per 12 december 2006 een volledige WAO-uitkering werd toegekend en het griffierecht werd vergoed. De Raad stelde vast dat het UWV hiermee geheel tegemoet was gekomen aan de vorderingen van appellante, die dit niet betwistte.

Hoewel appellante nog aanvoerde dat de nieuwe beslissing onjuist en onvolledig was gemotiveerd, zag de Raad geen aanleiding om het hoger beroep ontvankelijk te verklaren. Volgens vaste rechtspraak is voor ontvankelijkheid vereist dat er een direct procesbelang bestaat, wat hier ontbrak. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

08/212 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 13 december 2007, 07/857 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 3 oktober 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft J.L.M. Stoop hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2008. Appellante noch haar gemachtigde is verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. K.M. Schuijt.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 20 oktober 2006 heeft het Uwv de aan appellante toegekende WAO-uitkering berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer per 12 december 2006 herzien naar 35-45%. Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 26 januari 2007 ongegrond verklaard.
1.2. Appellante heeft hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep (wegens een motiveringsgebrek) gegrond verklaard en de rechtsgevolgen in stand gelaten. Het Uwv is opgedragen het griffierecht te vergoeden.
2. Bij schrijven van 7 mei 2008 heeft het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, inhoudende dat appellante per 12 december 2006 een volledige WAO-uitkering krijgt. Tevens is aangegeven dat het Uwv het griffierecht van het hoger beroep vergoedt.
3.1. Naar het oordeel van de Raad is het Uwv met zijn nadere besluitvorming geheel tegemoet gekomen aan hetgeen appellante met haar beroep tegen het bestreden besluit beoogde. Dit is ook door appellante niet betwist. De vraag rijst dan of appellante thans nog belang heeft bij het hoger beroep.
3.2. Bij schrijven van 17 mei 2008 heeft appellante naar voren gebracht dat het Uwv bij de nieuwe beslissing op bezwaar een onjuiste en onvolledige beargumentering gehanteerd heeft.
3.3. In het vorengaande ziet de Raad onvoldoende belang om appellante in haar hoger beroep te ontvangen. Volgens vaste rechtspraak is voor een ontvankelijk (hoger) beroep immers vereist dat kan worden gewezen op enig direct tot de rechtsstrijd tussen partijen te herleiden (proces) belang.
Nu appellante geen specifiek aan het onderhavige geschil te relateren belang naar voren heeft gebracht, dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens gebrek aan belang.
4. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 oktober 2008.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.
MH