ECLI:NL:CRVB:2008:BG1096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering kantinemedewerker wegens ontbreken gezagsverhouding niet voldoende onderzocht
Appellant, werkzaam als kantinemedewerker bij een voetbalclub, werd de WW-uitkering geweigerd omdat het UWV oordeelde dat er geen verzekeringsplichtige arbeidsovereenkomst bestond wegens het ontbreken van een gezagsverhouding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant niet vergelijkbaar was met een oproepkracht en dat er geen gezagsverhouding was. Appellant stelde dat hij wel aanwijzingen en instructies ontving, zoals verplichte inkoop bij bepaalde leveranciers en vaste werktijden, en betwistte de volledigheid van het UWV-onderzoek.
De Raad constateerde dat het onderzoek onvoldoende was omdat niet de juiste betrokkenen waren bevraagd en essentiële vragen over leiding en toezicht in de kantine onbeantwoord bleven. Het UWV gaf toe dat aanvullend onderzoek nodig was om vast te stellen of appellant onder gezag werkte of als vrijwilliger.
De Raad vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beval het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WW-uitkering te weigeren wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.