ECLI:NL:CRVB:2008:BG1104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende toelichting CBBS-signaleringen
Appellante, laatstelijk werkzaam als bloembindster, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens rugklachten met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%. Na heronderzoek besloot het UWV haar uitkering in te trekken omdat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot onder 15%. Appellante betwistte dit en voerde aan dat zij door haar rugklachten meer beperkt was dan het UWV aannam en dat het gebruikte Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) onvoldoende toetsbaar was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek en de vastgestelde beperkingen zorgvuldig waren, en dat de geselecteerde functies passend waren. Echter, de Raad stelde vast dat het UWV ten onrechte pas in hoger beroep met arbeidskundige rapportages de door het CBBS gegenereerde signaleringen voldoende toelichtte, terwijl dit eerder had moeten gebeuren.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende toelichting op CBBS-signaleringen, met in stand blijvende rechtsgevolgen.