ECLI:NL:CRVB:2008:BG1548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na nekklachten
Appellante, werkzaam als technisch tekenaar, werd geconfronteerd met nek-, schouder- en hoofdpijnklachten na een auto-ongeval in juni 2003. Na het staken van haar werkzaamheden in augustus 2003 vroeg zij een WAO-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd op grond dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de klachten niet automatisch tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid leidden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en dat haar beperkingen werden onderschat, mede ondersteund door een rapport van neuroloog Oosterhoff.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling van het UWV volledig in overeenstemming was met de wettelijke normen en dat de klachten van appellante adequaat waren meegewogen. De rapportage van de neuroloog bood geen objectieve aanwijzingen voor een hogere mate van beperkingen. De Raad bevestigde dat appellante vanuit medisch oogpunt in staat was haar eigen werk te verrichten en dat er geen sprake was van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.