ECLI:NL:CRVB:2008:BG1621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt instandhouding intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Betrokkene ontving sinds 2001 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na onderzoek in 2005 trok het UWV de uitkering per 24 augustus 2005 in, omdat de arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Betrokkene maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit tot afwijzing van het bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige onderbouwing en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen.
Het UWV ging in hoger beroep en stelde dat de arbeidskundige motivering inmiddels voldoende was onderbouwd, met name na een nadere rapportage waarin signaleringen van het CBBS-systeem werden toegelicht. Betrokkene voerde aan dat de medische grondslag onjuist was vastgesteld en dat de rechtbank ten onrechte geen onafhankelijk medisch onderzoek had gelast. De Raad oordeelde dat de medische grondslag door de rechtbank uitdrukkelijk en zonder voorbehoud was verworpen en dat deze niet binnen de omvang van het hoger beroep viel.
De Raad stelde vast dat de arbeidskundige onderbouwing van het UWV na de nadere rapportage toereikend was en dat de functies waarop de schatting was gebaseerd medisch geschikt waren. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het het UWV verplichtte een nieuw besluit te nemen en bepaalde dat de intrekking van de WAO-uitkering in stand blijft. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand en het UWV hoeft geen nieuw besluit te nemen.