ECLI:NL:CRVB:2008:BG1720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering parkeercontroleurfuctie
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien en te verlagen van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80% naar 15-25%, omdat zij volgens het UWV geschikt zou zijn voor bepaalde functies. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep klaagt appellante over het ontbreken van gericht medisch onderzoek naar haar oogfunctie en de gevolgen daarvan voor haar geschiktheid.
De Raad overweegt dat het ontbreken van eigen onderzoek naar de oogfunctie gerechtvaardigd was, omdat appellante niet onder behandeling was en er voldoende informatie beschikbaar was. De beperkingen zijn adequaat meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Wel blijkt pas in hoger beroep dat de functie van parkeercontroleur ook werkzaamheden onder nul graden omvat, terwijl appellante dat niet zou mogen. Na overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts is geconcludeerd dat appellante deze functie met passende oogbescherming kan vervullen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit vanwege de late motivering van de geschiktheid voor de parkeercontroleurfuctie, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Ook de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het UWV wordt verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.