ECLI:NL:CRVB:2008:BG1776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar medische beperkingen, zowel somatisch als psychisch, waren onderschat en verzocht zij om benoeming van een deskundige. De Raad stelde vast dat er geen reden was om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de juistheid van de conclusies, mede gelet op de rapportages van verzekeringsartsen en medisch specialisten.
Ook de arbeidskundige onderbouwing werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld. Omdat het UWV in hoger beroep een adequate toelichting gaf op de belasting van de functies in relatie tot de beperkingen van appellante, vernietigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand omdat appellante terecht minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.