ECLI:NL:CRVB:2008:BG2724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere Ziektewetuitkering na medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als uitzendkracht, meldde zich ziek wegens een gebroken rechterknie en werd meerdere malen medisch onderzocht. De verzekeringsarts concludeerde dat appellant vanaf 6 maart 2006 geschikt was voor zijn eigen werk, waarna het UWV de verdere Ziektewetuitkering weigerde.
Na bezwaar en aanvullend medisch onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts, die het primaire oordeel onderschreef, bleef het bezwaar ongegrond. Appellant bracht in hoger beroep aanvullende medische en arbeidskundige informatie in, waaronder een rapport van een orthopedisch chirurg en een arbeidsdeskundige.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was en dat de aanvullende informatie geen aanleiding gaf tot wijziging van het standpunt. De stelling dat appellant vanwege pijnklachten niet lang kan staan, werd niet ondersteund door medische gegevens. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en de weigering van de verdere Ziektewetuitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van een verdere Ziektewetuitkering na zorgvuldig en gemotiveerd medisch onderzoek.