ECLI:NL:CRVB:2008:BG3055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J.F. Bandringa
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als receptiemedewerker/beveiliger, ontving sinds 2001 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 45-55%. Het UWV trok deze uitkering in 2006 in, omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond en oordeelde dat appellante geschikt was voor haar eigen werk.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege de ziekte van Crohn slechts 20 uur per week kan werken en dat meer werk haar klachten verergert. Zij overlegde een brief van haar behandelend arts, maar het UWV en de Raad concludeerden dat deze medische informatie niet relevant was voor de peildatum van 16 april 2006.
De Raad vond geen aanleiding om een onafhankelijk medisch onderzoek te gelasten en onderschreef het oordeel dat appellante geschikt is voor haar eigen werk. Ook al was haar dienstverband beëindigd, er was voldoende aannemelijk dat vergelijkbare arbeid beschikbaar was. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante niet voldoende arbeidsongeschikt is en geschikt wordt geacht voor haar eigen werk.