ECLI:NL:CRVB:2008:BG3096

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-2779 REA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.I. ’t Hooft
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te laat ingediend verzet

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard. Appellant deed vervolgens verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

Het verzet moest binnen zes weken na verzending van de bestreden uitspraak worden ingediend. De uitspraak van 17 oktober 2007 werd aangetekend verzonden op dezelfde dag, maar het verzet werd pas op 27 december 2007 ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn.

De Raad heeft in het verzetschrift geen gegronde redenen gevonden om de overschrijding van de termijn als verschoonbaar te beschouwen. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd op 17 oktober 2008 in het openbaar uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzetstermijn zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

07/2779 REA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 maart 2007, 06/1039 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Datum uitspraak: 17 oktober 2008
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 17 oktober 2007 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 september 2008, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Blijkens artikel 8:55, eerste lid, van de Awb zijn onder meer de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb van overeenkomstige toepassing op het verzet tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, van de Awb.
De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken, zoals onder bedoelde uitspraak is aangegeven. Die termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop een afschrift van de bestreden uitspraak aan de partijen is toegezonden. Een verzetschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen dan wel - bij verzending per post - voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak van de Raad van 17 oktober 2007 is op de voorgeschreven wijze aangetekend verzonden op 17 oktober 2007. Het verzet is ingediend op 27 december 2007. Dit is ruim na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn.
In hetgeen appellant in het verzetschrift heeft aangevoerd ziet de Raad geen grond om de overschrijding van de verzetstermijn verschoonbaar te achten.
Gelet op het voorgaande dient het verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.I. ’t Hooft. De beslissing is, in tegenwoordigheid van
C. de Blaeij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2008.
(get.) M.I. ’t Hooft.
(get.) C. de Blaeij.
IJ