ECLI:NL:CRVB:2008:BG3288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten bijzondere bijstand en beoordeling rechtsgevolgen
Appellante beschikte over een WAO-uitkering en kreeg bijzondere bijstand voor vervoerskosten toegekend. Besluiten van het College van burgemeester en wethouders en het Dagelijks Bestuur wezen bezwaren tegen verlagingen en afwijzingen van bijzondere bijstand en langdurigheidstoeslag ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde dit, maar wees de beroepen tegen de andere besluiten af. In hoger beroep stelde appellante dat onterecht werd aangenomen dat zij kosten kon delen met haar inwonende kleinkind, waardoor een lagere toeslag werd toegepast.
De Raad oordeelt dat de besluiten onbevoegd zijn genomen omdat de bevoegdheid bij het Dagelijks Bestuur lag. Daarom worden de besluiten vernietigd, maar de rechtsgevolgen van de besluiten van 30 maart 2006 blijven in stand. De Raad bevestigt dat de norm met een toeslag van 10% terecht is toegepast, omdat het kleinkind bijstand ontving en kosten konden worden gedeeld.
De langdurigheidstoeslag is terecht geweigerd omdat het inkomen van appellante niet langdurig onder de bijstandsnorm lag. Het Dagelijks Bestuur wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante. De Raad stelt zelf de bijzondere bijstand voor vervoerskosten vast op €5,79 per maand respectievelijk €6,79 per maand.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten wegens onbevoegdheid, handhaaft rechtsgevolgen van twee besluiten en veroordeelt het Dagelijks Bestuur in proceskosten.