ECLI:NL:CRVB:2008:BG3320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen autovermogen
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1997, maar hun bijstand werd ingetrokken over de periode van 15 december 2001 tot en met 31 maart 2003 vanwege het bezit van een auto die niet was gemeld aan het College. De waarde van de auto overschreed de toepasselijke vermogensgrens, waardoor appellanten de inlichtingenplicht schonden.
Het College legde een boete op en vorderde de kosten van de bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep grotendeels ongegrond en niet-ontvankelijk voor het deel over de boete. In hoger beroep bevestigde de Raad dat de registratie van het kenteken op naam van appellanten en het gebruik van de auto voldoende bewijs vormden dat het vermogen bestond uit deze auto.
De Raad oordeelde dat de waardebepaling van de auto redelijk was en dat er geen schulden waren die het vermogen konden verminderen. De boete werd terecht vastgesteld, mede gelet op het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. De betalingstermijn van dertig dagen werd als redelijk beschouwd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en de boete wegens het niet melden van het bezit van een autovermogen.