ECLI:NL:CRVB:2008:BG3608
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-toeslag wegens niet-verzekerde periode echtgenote in België
Appellant en zijn echtgenote verhuisden in 1998 van Nederland naar België. Appellant bleef in Nederland werken en kreeg vanaf mei 2005 AOW-pensioen met een toeslag omdat zijn echtgenote jonger was dan 65 jaar. De toeslag werd echter met 12% gekort omdat de echtgenote niet verzekerd was voor de AOW van 30 september 1998 tot 4 mei 2005.
Appellant maakte bezwaar tegen deze korting en stelde dat hij recht had op de volledige toeslag, verwijzend naar het Europese recht en het arrest Van Pommeren-Bourgondiën. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat de echtgenote niet langer verplicht verzekerd was voor de AOW sinds haar vertrek uit Nederland en dat zij vrijwillig geen verzekering had afgesloten. Het arrest Van Pommeren betrof een andere situatie en was niet van toepassing. De Raad oordeelde dat de korting terecht was toegepast en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 12% op de AOW-toeslag wegens niet-verzekerde periode van de echtgenote.