ECLI:NL:CRVB:2008:BG3642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar over medische beperkingen en functiebeschrijving
Appellant, voormalig technisch tekenaar, was sinds 1990 arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 80 tot 100%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) herzag in 2005 deze uitkering naar 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond, waarbij de medische en arbeidskundige onderbouwing werd onderschreven.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische grondslag onvoldoende was en dat de geselecteerde functies, met name die van acquisiteur, gezien zijn beenklachten en noodzaak tot het dragen van joggingbroeken, niet passend waren. Ook stelde hij dat het frequent autorijden in die functie medisch ongeschikt was.
De Raad oordeelde dat de medische onderzoeken van het Uwv zorgvuldig waren en dat er geen objectieve aanwijzingen waren die de beperkingen van appellant onderschreven zoals door hem gesteld. De Functionele Mogelijkheden Lijst gaf aan dat appellant voorzichtig moet zijn met wonden aan de benen en geen zware schorten mag dragen, maar er was geen medische noodzaak voor het dragen van joggingbroeken. Er waren voldoende representatieve, niet knellende kledingalternatieven beschikbaar. Tevens werd vastgesteld dat appellant in staat was om een uur achtereen te zitten en niet beperkt was in vervoer, waaronder autorijden.
Daarom faalden de bezwaren van appellant en werd het hoger beroep verworpen. De Raad zag geen reden om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.