ECLI:NL:CRVB:2008:BG3645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, een voormalige productiemedewerkster, had een WAO-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens diverse klachten. Het UWV had haar aanvraag afgewezen omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank Breda vernietigde het eerdere besluit van het UWV vanwege onvoldoende onderbouwing van de arbeidskundige geschiktheid voor de geselecteerde functies, maar liet de medische beoordeling intact.
Het UWV handhaafde het besluit bij een nieuw besluit, waarop appellante opnieuw beroep instelde. De rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de medische grieven niet meer aan de orde waren en dat de functionele mogelijkhedenlijst geen aanleiding gaf tot andere conclusies.
In hoger beroep betoogde appellante dat de functies ongeschikt waren vanwege zitbelasting en opleidings- en ervaringseisen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep zich beperkt tot de arbeidskundige grondslag en dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de functies passend waren. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees de grieven van appellante af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens voldoende gemotiveerde geschiktheid voor de geduide functies.