ECLI:NL:CRVB:2008:BG3670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over verblijfplaats
Appellant kreeg bijstand, maar na een maatregel wegens belemmering van arbeidsinschakeling werd zijn bijstand per 1 september 2006 beëindigd omdat hij weigerde zijn verblijfplaats bekend te maken. Op 31 augustus 2006 gaf appellant aan dat hij uit huis was gezet en tijdelijk bij een vriend in de kelder verbleef, maar weigerde het adres te melden.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage beëindigde de bijstand op grond van artikel 17, eerste lid, WWB wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van een vaste verblijfplaats appellant niet ontslaat van de verplichting om zijn feitelijke verblijfplaats te melden. Omdat appellant onvoldoende informatie gaf, kon het College niet vaststellen of hij bijstandbehoevend was, waardoor de beëindiging terecht was. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt terecht beëindigd wegens schending van de inlichtingenverplichting over zijn verblijfplaats.