ECLI:NL:CRVB:2008:BG3679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken wegens een afgenomen mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand omdat de medische onderbouwing pas in de beroepsfase voldoende was toegelicht.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat, met name vanwege chronische pijn, vermoeidheid en concentratieproblemen, en dat zij niet voldeed aan de opleidingseisen van de aan haar voorgehouden functies. Het UWV betoogde dat het besluit juist was en voldoende was gemotiveerd.
De Raad overwoog dat de medische gegevens geen steun boden voor de stelling van appellante en dat de verzekeringsartsen hun standpunten voldoende hadden onderbouwd. Ook was de belasting van de aan appellante voorgehouden functies passend en voldeed zij aan de opleidingseisen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid is afgenomen tot minder dan 15%.