ECLI:NL:CRVB:2008:BG3681
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag weduwe voor uitkering vervolgingsslachtoffers wegens niet voldoen aan nationaliteit en territorialiteit
Appellante, weduwe van betrokkene, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad om haar aanvraag voor een periodieke uitkering af te wijzen. Betrokkene had wel vervolging ondergaan, maar voldeed niet aan de in de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 gestelde eisen van nationaliteit en territorialiteit. Verweerster had betrokkene bovendien niet gelijkgesteld met een vervolgde, omdat hij niet voldeed aan de beleidsregel die een volledige krijgsgevangenschap gedurende de gehele oorlogstijd of aansluitende verplichte tewerkstelling vereist.
De Raad oordeelt dat het beroep tijdig is ingediend, ondanks dat het beroepschrift pas na de beroepstermijn op de Nederlandse ambassade werd afgegeven, vanwege de bijzondere positie van de sociaal rapporteur die het beroepschrift namens appellante heeft ingediend. De Raad bevestigt dat appellante geen nieuwe feiten of objectieve gegevens heeft aangevoerd die het eerdere oordeel over betrokkene kunnen wijzigen.
Daarmee is het beroep ongegrond en wordt het bestreden besluit gehandhaafd. Er worden geen proceskosten toegekend aan appellante. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 23 oktober 2008.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor uitkering afgewezen.