ECLI:NL:CRVB:2008:BG3737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en terugvordering voorschotten na bedrijfsongeval
Appellant, na een bedrijfsongeval arbeidsongeschikt geraakt, ontving een WAO-uitkering die diverse malen werd herzien op basis van medische en arbeidskundige onderzoeken. Het UWV herzag de uitkering naar verschillende arbeidsongeschiktheidsklassen en vorderde voorschotten terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat de medische onderzoeken onvoldoende waren en dat functies onjuist waren geselecteerd.
De rechtbank verklaarde sommige beroepen ongegrond en vernietigde andere besluiten. In hoger beroep beoordeelde de Centrale Raad van Beroep de medische rapportages en arbeidskundige beoordelingen, waarbij werd vastgesteld dat het UWV terecht de WAO-uitkering herzag naar 55-65% arbeidsongeschiktheid, ondanks het ontbreken van een lichamelijk onderzoek vooraf. De Raad vond dat de geselecteerde functies passend waren, hoewel sommige bezwaren werden erkend.
Verder oordeelde de Raad dat de terugvordering van voorschotten moet worden aangepast in verband met het nieuwe herzieningsbesluit en dat het UWV een nieuw besluit moet nemen. De weigering van ziekengeld werd bevestigd op basis van medische rapporten. Tot slot veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen; overige besluiten worden bevestigd en het UWV wordt veroordeeld in proceskosten.