ECLI:NL:CRVB:2008:BG3783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV intrekking WAZ-uitkering en toekenning proceskosten
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 10 september 2004 waarbij zijn uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) met ingang van 10 november 2004 werd ingetrokken. Dit bezwaar werd bij besluit van 25 januari 2005 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de zitting bevestigde het UWV dat het bestreden besluit niet gehandhaafd kon worden omdat enkele functies die aan appellant waren voorgehouden niet passend waren. Het UWV zal nader onderzoek doen en een nieuw besluit nemen. De Raad oordeelde dat het beroep gegrond was en vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €1.288,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €142,-. De Raad bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.