ECLI:NL:CRVB:2008:BG4114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening bijstandsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant had bij het College van burgemeester en wethouders van Utrecht verzocht om herziening van een besluit waarbij zijn bijstand over bepaalde perioden was herzien en teruggevorderd vanwege inkomsten uit arbeid. Het College wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk nieuwe feiten had aangevoerd, waaronder stukken waaruit zou blijken dat niet hij, maar zijn broer inkomsten had genoten, en dat de bijstand daarom ten onrechte was herzien.
De Raad oordeelde echter dat deze stukken en argumenten geen nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro betreffen, maar slechts inhoudelijke bezwaren tegen het oorspronkelijke besluit. Bovendien had appellant deze argumenten eerder kunnen aanvoeren. Daarom was het College bevoegd het verzoek af te wijzen en de eerdere beslissing te handhaven.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het College om het herzieningsverzoek bijstand te honoreren wegens ontbreken van nieuwe feiten.