ECLI:NL:CRVB:2008:BG4123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit loondoorbetalingsverplichting
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een UWV-besluit waarin een loondoorbetalingsverplichting werd opgelegd voor de periode van 2 juni tot 2 oktober 2004. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar hield de rechtsgevolgen in stand. Het UWV herzag het besluit in bezwaar en herroepen het oorspronkelijke besluit.
Appellante trok vervolgens het hoger beroep in en verzocht om een afzonderlijke uitspraak over proceskosten en griffierecht conform artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tevens verzocht zij om vergoeding van schade op grond van artikel 8:73a Awb, maar dit verzoek werd later ingetrokken.
De Raad oordeelde dat appellante recht had op vergoeding van proceskosten in hoger beroep, bestaande uit één punt voor het beroepschrift en een half punt voor een nadere toelichting. De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €483. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan appellante. Daarnaast werd appellante gewezen op de mogelijkheid om het griffierecht via het UWV te verhalen.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van €483 aan proceskosten aan appellante.